Hoofdmenu
English
Laatste berichten
Het is 10 tot 15 graden koeler in de schaduw

Iedereen die wel eens op een warme dag het bos inloopt weet het. Onder een boom is het een stuk koeler dan in de zon. Dit kan op een zonnige dag wel 10 tot 15 graden schelen. Dan is het dus 20 in plaats van 35 graden. De infraroodbeelden laten zien dat er een groot verschil is tussen de temperatuur in de schaduw (de donkere vlek in het midden) en de temperatuur in de zon. 

 

Hoe groot het koeleffect is hangt af van vele factoren. Allereerst de kenmerken van de boom zelf. Is het een jonge of oude boom? Is de boom al goed geworteld zodat hij voldoende aanvoer heeft van water? Hoe is de kroonvorm? Zijn de takken opgaand, horizontaal of hangend? Is het een dichte kroon of komt er veel zonlicht doorheen? Groeit de boom hard en is er veel  verdamping, of staat de boom min of meer stil te verpieteren?

Daarnaast speelt de onderbegroeing of bestrating ook een belangrijke rol. Zonlicht zal op donkere strakke tegels veel meer warmte opbouwen dan op lichte reflecterende tegels. Onderbegroeiïng zoals gras heeft, mits vitaal, zelf ook een verkoelende werking. Waterdruppeltjes kunnen zich verstoppen tussen de sprieten, waardoor het gras nog lang na een buitje vochtig en verkoelend blijft. Zwarte, onbegroeide, grond daarentegen wordt ook snel warm.

Het vinden van de juiste boom voor de juiste plaats is de grote uitdaging. Gaat de boom dood dan is de conclusie eenvoudig, dan is de verkeerde keus gemaakt. Nu is de bebouwde omgeving voor de meeste bomen bij voorbaat al geen ideale plek om lekker ongestoord te groeien. De boomspiegel wordt vaak tot op een klein kiertje van de stam dicht gelegd met bestrating. Al het afgevallen blad wordt "netjes" afgevoerd om de boel "schoon" te houden, dag voedingstoffen en isolerende deken. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat er op de grond ongeveer net zoveel onverharde ruimte is als de kroon van de boom groot kan worden.

 

Gebouwen die vol in de zon staan werken na een tijdje als een radiator, zowel naar binnen als naar buiten toe. Deze warmtestraling heeft veel invloed op de bomen die daar in de buurt staan. De mogelijkheid van een koele bries is belangrijk. De koele plek onder een boom zal op zichzelf al een luchtstroom veroorzaken. Op een warme plek stijgt de lucht op (thermiek), die lucht moet natuurlijk ook ergens naar beneden komen, op de koele plek. Binnen zou je dit verschijnsel misschien "tocht" noemen, buiten is het een extra verkoelende bries. Een boom op de juiste plek heeft vele voordelen. Als hij de warmte van de zon opneemt zal de radiatorwerking van gebouwen in de omgeving minder worden. Dit effect is in vele achtertuinen op het zuiden waar te nemen, zonder groen is het snel heet.

 

Temperatuur is met een thermometer, infraroodcamera of een thermokoppel prima te meten. Het zijn echter slechts momentopnamen voor een beperkte plek. Een wolkje voor de zon en de thermische situatie zal volledig veranderen. Daarbij komt ook nog eens dat de beleving van comfort sterk persoonsgebonden is. Wat de ene persoon een lekkere temperatuur vindt is voor de andere al te warm of te koud. Jong of oud, ziek of gezond, man of vrouw, "binnen- of buitenmens", het thermoregulatiesysteem zal bij iedereen net iets anders functioneren. Zeker in verzorgingshuizen zijn de verschillen tussen personeel en de oudere bewoners op dit gebied groot. De verkoeling van een boom voelt over het algemeen prettiger aan dan de verkoeling door de schaduw van een bouwwerk of constructie. Dit heeft o.a. met het verdampend vermogen te maken. Daarnaast worden bladerdekken over het algmeen mooier en dynamischer ervaren dan bouwwerken. Hier spelen natuurlijk meerdere factoren een rol bij: wind met bijbehorend bladergeruis, lichtval en gefluit van vogels.

 

Welke boom te kiezen? Hier is gelukkig geen standaard antwoord op te geven, anders zou het snel een saaie monocultuur worden in de stad. Deze vraag kan het beste gesteld worden aan een gespecialiseerde boomkweker, die de locatie en grondsoort goed kent. De rode esdoorn met zijn gesloten, kegelvormige kroon doet het goed in parken en straten. Een beuk of berk? Een notenboom of Linde? de Moerascyperus, Magnolia of Seqoia? Elke familie heeft wel geschikte variëteiten met nuttige eigenschappen. Sommige groeien enorm snel, andere wortelen diep, hebben een mooie bloeiwijze of heerlijke geur. Als de ruimte beperkt is, zijn er soorten die je in alle bochten en vormen kunt snoeien, wat te denken van een stoere knotwilg? Een dikke tak in de grond steken en groeien maar.

 

Meer infraroodbeelden van verschillende boomsoorten op een hete dag zijn te vinden op deze pagina >> 

 

Meer informatie over groen in de stad is te vinden op de website van De Groene Stad.

 

Arno Vlooswijk, Trees for Grannies

 

 

Joomla Templates By - Joomladesigns.co.uk